Polar RS400 Gebruiksaanwijzing

5. TRAINING

Beginnen met trainen

Draag de borstband en loopsnelheid en afstandsensor* volgens de instructies. Zorg dat de loopsnelheid en afstandsensor aan staat en dat u de loopsnelheid en afstandsensor heeft geactiveerd in uw running computer (Settings (Instellingen) > Features (Functies) > Footpod).

  1. Start de hartslagmeting door op OK te drukken.

  2. Binnen 15 seconden verschijnt uw hartslag op het display. Blijf stil staan en wacht tot de running computer het signaal van de loopsnelheid en afstandsensor oppikt (runner symbool stopt met knipperen). Houd UP ingedrukt om snel het trainingstype te wijzigen. Houd DOWN ingedrukt om snel de schoenen te wijzigen.

  3. Begin met trainen door op OK te drukken

U kunt ook Settings (Instellingen) kiezen om verschillende instellingen te bekijken of te wijzigen voordat u begint met trainen. Zie Settings (Instellingen) voor meer informatie over alle beschikbare ???.

Het menu Settings (Instellingen) bevat de volgende opties:

  • Exercise (Training): Een trainingstype kiezen of trainingsinstellingen bekijken.

Exercise (Training): Kies Free (Vrij), Basic (Basis), Interval (Interval), of OwnZone. (Als u nieuwe trainingen heeft aangemaakt, worden deze ook getoond.)

Select (Kiezen): Een standaard training kiezen om meteen uit te voeren, of

View (Bekijken): Trainingsinstellingen bekijken.

  • Rec.rate (Registratie-interval): Registratie-interval instellen.

  • TZ Alarm (Hartslagzone alarm): Hartslagzone alarm (geluid) aan of uit zetten.

  • HR view (Hartslagweergave): Hartslag weergeven in slagen per minuut (hsm) of als percentage van de maximale hartslag (HF%).

  • HeartTouch: De functie HeartTouchTM instellen.

  • Shoes (Schoenen): Schoenen selecteren om gebruik te volgen.

  • Speed view (Snelheidsweergave): Snelheid* weergeven in kilometers of mijlen per uur (km/u of mph), of in minuten per kilometer of mijl (min/km of min/mi).

  • Footpod: De loopsnelheid en afstandsensor*-functie aan of uit zetten.

  • A.Lap: Automatische ronderegistratie aan of uit zetten

  • Display (Weergave): Weergave aanpassen (zie voor meer informatie Running computer displaypersonaliseren tijdens trainen)

Als de volgende melding wordt weergegeven: (Exercise name)requires footpod. Turn footpod on?, voor uw training is de loopsnelheid en afstandsensor vereist om snelheid/tempo en afstand* weer te geven* (N.B. u heeft snelheid/tempo* ingesteld voor de training). Kies Yes (Ja) om de loopsnelheid en afstandsensor-functie aan te zetten en zorg dat u de loopsnelheid en afstandsensor volgens de instructies draagt. Als Exercise displays updated (Trainingsweergaven bijgewerkt) wordt weergegeven, worden de snelheid/tempo en afstand* weergegeven tijdens de training.

*Optionele S1™ loopsnelheid en afstandsensor vereist.

↑ Terug naar boven

Informatie op het display

De tijdens het trainen op het display getoonde informatie is afhankelijk van uw instellingen. Blader door de weergaven door op UP en DOWN te drukken. De naam van de weergave, die de soort informatie op de onderste regel aangeeft, wordt enkele seconden weergegeven.

Standaard weergaven tijdens het trainen:

Weergave Heart rate (Hartslag)

Snelheid*/tempo*/calorieën

Stopwatch

Hartslag

Stopwatch

Calorieën

Snelheid/tempo/tijd

Stopwatch

Lap time (Rondetijd)

Zone Pointer

Hartslag

Rondetijd

Speed/Pace (Snelheid/tempo)

Target Zone (Hartslagzone)

Distance (Afstand)*

Snelheid/tempo

Distance (Afstand)

Countdown timer of afstand / Countup timer

Zone Pointer

Distance (Afstand)*

Met de Polar ProTrainer 5 software gemaakte training

Als u een trainingsprogramma heeft gedownload van de software, kunt u de gegevens van uw trainingssessie in een aparte weergave bekijken. Zie voor meer informatie Geprogrammeerde training uitvoeren. U kunt deze weergave niet wijzigen met behulp van de running computer .

Zie voor meer informatie over het personaliseren van weergaven Running computer displaypersonaliseren tijdens trainen.

*Optionele S1™ loopsnelheid en afstandsensor vereist.

↑ Terug naar boven

Symbolen op het display

Tekst op het display

Symbool

Verklaring

Time of day (Tijd)

Tijd van de dag

Countd. tijd of Countd. distance (afstand)

Countdown timer of afstand

Rondetijd

Rondenummer en -tijd

Lap distance (Rondeafstand)*

Rondenummer en -afstand

Stopwatch

Totale duur van de training tot dusver

Hartslag

Huidige hartslag

Calorieën

Verbruikte calorieën

Distance (Afstand)*

Gelopen afstand tot dusver

Snelheid/tempo*

Huidige snelheid/tempo

Zone pointer (Zone Pointer) (hartslag)

Zone-indicator met een hartsymbool dat naar links en rechts beweegt binnen de zonelimieten. Als het hartsymbool niet zichtbaar is en/of een alarm klinkt, is uw hartslag buiten de hartslagzone.

Zone pointer (Zone Pointer) (snelheid/tempo)

Zone-indicator met een symbool dat naar links en rechts beweegt, afhankelijk van uw snelheid/tempo. Als het symbool niet zichtbaar is en/of een alarm klinkt, is uw snelheid/tempo buiten de ingestelde zone.

Zone pointer (Zone Pointer) (Polar sport zones)

Hartslagzone-indicator met een hartsymbool dat naar links en rechts op de sport zone schaal beweegt, afhankelijk van uw hartslag. Zie voor meer informatie over het instellen van een sport zone Functies van de knoppen tijdens de training.

Target zone (Hartslagzone)

Een grafiek die uw werkelijke hartslag weergeeft, in vergelijking met de ingestelde hartslagzones.

*Optionele S1™ loopsnelheid en afstandsensor vereist.

↑ Terug naar boven

Functies van de knoppen tijdens de training

Een ronde vastleggen

Druk op OK om een ronde te registreren. Het display geeft aan:

Rondenummer

Gemiddelde hartslag van de ronde

Rondetijd

Als de loopsnelheid en afstandsensor* is geactiveerd, wordt ook het volgende getoond:

Rondenummer

Rondeafstand

Gemiddelde snelheid/tempo van de ronde

Zone vastzetten

Als u traint zonder voorgedefinieerde hartslagzones, kunt u uw hartslag vastzetten op de huidige sport zone. Op die manier kunt u de hartslagzone instellen tijdens een training, als u geen tijd heeft gehad om hartslagzones te definiëren voor het trainen.

Druk op OK om de zone vast te zetten/vrij te geven.

Tijdens geprogrammeerde trainingen: Houd OK ingedrukt en kies Lock zone/Unlock zone (Zone vastzetten/Zone vrijgeven) in het menu Lap (Ronde).

Als u bijvoorbeeld aan het lopen bent met een hartslag van 130 hsm, wat 75% van uw maximale hartslag is, en overeenkomt met sport zone 3, dan kunt u OK ingedrukt houden om uw hartslag in deze zone vast te zetten. Sport zone3 Locked 70%-79% (Sport zone3 vastgezet 70%-79%) wordt weergegeven. Er klinkt een alarm als u onder of boven de sport zone komt (als de hartslagzone alarmfunctie is ingeschakeld). Geef de sport zone weer vrij door OK nogmaals ingedrukt te houden: Sport zone3 Unlocked (Sport zone3 vrijgegeven) wordt weergegeven.

Met de software kunt u ZoneLock ook baseren op uw snelheid/tempo*. Zie voor meer informatie de help-optie van de software.

Display inzoomen

Houd UP ingedrukt om in te zoomen op de bovenste regel, en DOWN om in te zoomen op de middelste regel. U keert terug naar het normale display door de knoppen nogmaals ingedrukt te houden.

Display verlichten (nachtmodus aan)

Houd tijdens de training LICHT ingedrukt om het display te verlichten. De nachtmodus wordt ingeschakeld en het display wordt automatisch verlicht als er op een knop wordt gedrukt, of als de trainingsfase wisselt.

Weergave-instellingenmenu

Houd LICHT ingedrukt > Settings (Instellingen)

Het menu Settings (Instellingen) wordt weergegeven wanneer u LICHT ingedrukt houdt. In het settings menu (instellingenmenu) kunt u bepaalde instellingen wijzigen zonder de trainingsregistratie te pauzeren. De inhoud van dit menu wisselt, afhankelijk van het trainingstype. Zie voor meer informatie??? .

  • Prev. (Vorige) Phase (Fase): Samenvattingsgegevens van vorige fase of herhaling bekijken (wordt getoond wanneer een training met fasen wordt aangemaakt in de software).

  • Keylock (Knopvergrendeling): Knoppen vergrendelen/ontgrendelen om per ongeluk indrukken van knoppen te voorkomen.

  • TZ Alarm (Hartslagzone alarm): Hartslagzone alarm in-/uitschakelen.

  • Change zone (Zone wijzigen): Hartslagzone wijzigen (wordt getoond als u meerdere hartslagzones heeft gedefinieerd, behalve als een training met fasen is aangemaakt met de software).

  • HR view (Hartslagweergave): Kies hoe uw hartslag wordt weergegeven.

  • HeartTouch: Kies de HeartTouch-functie om tijdens het trainen gegevens te bekijken zonder op knoppen te hoeven drukken, door de running computer in de buurt van het Polar logo op de borstband te houden.

  • Calibrate (Kalibreren): Loopsnelheid en afstandsensor kalibreren* (wordt niet weergegeven als footpod* is uitgeschakeld).

  • A.Lap*: Activeer/deactiveren automatische ronde.

Nadat u de instellingen heeft gewijzigd, keert de running computer terug naar de trainingsmodus.

Training pauzeren

Pauzeer de trainingsregistratie door op STOP te drukken.

In de pauzemodus kunt u:

  • Continue (Doorgaan): Verder gaan met de trainingsregistratie.

  • Exit (Stoppen): Trainingsregistratie stoppen (of druk op STOP).

  • Summary (Overzicht): Een overzicht van de training tot dusver bekijken. De volgende overzichtsgegevens worden getoond: Calorieën, afstand*, trainingsduur, maximale hartslag, minimum hartslag, gemiddelde hartslag, maximale snelheid/tempo* en gemiddelde snelheid/tempo*.

  • Settings (Instellingen): U kunt dezelfde instellingen wijzigen in de pauzemodus als tijdens het trainen, behalve displaypersonalisatie, wat alleen in pauzemodus kan worden gedaan met de running computer.

  • Reset: Geregistreerde trainingsgegevens verwijderen. Bevestig met OK en druk nogmaals op OK om de registratie opnieuw te starten.

  • Free mode (Vrije modus): Wijzig het trainingsprofiel naar het vrije trainingstype. Hierdoor wordt niet de uitgevoerde training verwijdert, maar zet u de training voort zonder instellingen. Als u naar de vrije modus overschakelt, kunt u de oorspronkelijke training opnieuw starten door de training nogmaals te pauzeren en vervolgens Restart P1 (P1 herstarten) te kiezen.

*Optionele S1™ loopsnelheid en afstandsensor vereist.

↑ Terug naar boven

Uw OwnZone bepalen

Zie OwnZone-training voor achtergrondinformatie over Polar OwnZone®.

Bepaal in 1-5 minuten uw OwnZone tijdens een warming-up door te wandelen en joggen. De bedoeling is dat u langzaam begint met lage intensiteit en daarna langzaam de intensiteit verhoogt door de hartslag toe te laten nemen.

Uw OwnZone moet in de volgende gevallen opnieuw worden bepaald:

  • Wanneer u wisselt van trainingsomgeving of -functie.

  • Wanneer u weer begint met trainen nadat u meer dan een week niets heeft gedaan.

  • Wanneer u niet 100 procent zeker bent van uw lichamelijke of geestelijke conditie, bijvoorbeeld wanneer u nog niet bent hersteld van de vorige training, of u zich niet lekker of gestresst voelt.

  • Na het wijzigen van uw gebruikersinstellingen.

Voordat u uw OwnZone gaat bepalen, moet u er eerst voor zorgen dat:

  • Uw gebruikersinstellingen juist zijn.

  • U de OwnZone-training kiest. Telkens wanneer u de OwnZone-training start, bepaalt de running computer automatisch uw OwnZone.

  1. Draag de borstband en loopsnelheid en afstandsensor* volgens de instructies. Begin de meting door tweemaal op OK te drukken.

  2. Wanneer de training begint, wordt OZ weergegeven en begint de OwnZone-bepaling.

Dit verloopt in vijf fasen. Na elke fase hoort u een piep (als het geluid is ingeschakeld) die het einde van de fase aangeeft.

OZ > Wandel een minuut in een rustig tempo. Houd uw hartslag onder 100 hsm / 50% HFmax tijdens deze eerste fase.

OZ >> Wandel een minuut in een normaal tempo. Verhoog langzaam uw hartslag met ongeveer 10-20 hsm / 5% HFmaxweet.

OZ >>> Wandel een minuut in een vlot tempo. Verhoog uw hartslag met ongeveer 10-20 hsm / 5% HFmaxweet.

OZ >>>> Jog een minuut in een rustig tempo. Verhoog uw hartslag met ongeveer 10-20 hsm / 5% HFmaxweet.

OZ >>>>> Jog of ren een minuut in een vlot tempo. Verhoog uw hartslag met ongeveer 10 hsm// 5 % HFmaxweet.

  1. Op een bepaald punt tijdens de sessie hoort u twee opeenvolgende piepen. Dit betekent dat uw OwnZone is bepaald.

  2. Als de bepaling succesvol is afgerond, worden OwnZone Updated (OwnZone bijgewerkt) en de zone weergegeven. De zone wordt aangegeven in hartslagen per minuut (hsm), of als een percentage van de maximale hartslag (HF%), afhankelijk van uw instellingen.

  3. Als de OwnZone-bepaling niet succesvol was, wordt uw vorige OwnZone gebruikt en wordt OwnZone Limits (OwnZone-limieten) weergegeven. Als de OwnZone niet eerder is bepaald, worden automatisch leeftijdsgebaseerde limieten gebruikt.

U kunt nu doorgaan met uw training. Probeer binnen de opgegeven hartslagzones te blijven voor een optimaal trainingsresultaat.

U kunt ook de OwnZone-bepaling overslaan en de vorige OwnZone gebruiken. Druk hiervoor op OK in elke fase van het proces.

De voor de OwnZone-bepaling verstreken tijd wordt opgenomen in de trainingsregistratie.

*Optionele S1™ loopsnelheid en afstandsensor vereist.

↑ Terug naar boven